Onhoop

Alsof het heden nog niet genoeg aanleiding geeft tot iets wat we in dit stukje ‘onhoop’ zullen noemen, verwijl ik de laatste tijd in een stolp van verleden, iets wat ik mezelf wel eens meer aandoe, wellicht in de hoop eindelijk eens meer te begrijpen, te doorgronden. Terwijl ik dit in het groot logboek dat het internet is, inschrijf, besef ik maar al te goed dat mijn begrijpen slinkt in plaats van groeit.

Ik las Frank Vande Veire’s Neem en eet. Dit is je lichaam. Intimidatie en fascinatie in de hedendaagse cultuur, met o.a. vier over het fascisme verhelderende hoofdstukken over de film Salo van Pasolini (niet gezien, en zal het niet kunnen, hoeft ook niet). Uit het vorige boek dat ik las, van Alain Badiou over de 20ste eeuw onthield ik nogal wat van zijn visie op die eeuw van gruwel en zuiveringen. En verder zag ik de film Amen van Costa Gavras (met die 3 woorden als invoerterm, vindt u op het internet verschillende visies op die film, en meteen ook op een stuk geschiedenis). Mijn gedachten rond het nazisme en de hersenspoelende ontmenselijking van de joden die vooraf ging aan en gelijktijdig liep met de holocaust, en het niet-handelen of het niet kunnen of niet willen handelen van mensen om anderen te behoeden voor een onnoemelijk wreedaardig lot, zijn op dit moment versmolten tot een soort dreun, een luid kluwen van ongedachten waartegen het dagdagelijks denken zich niet goed kan verweren. Misschien kom ik van het dreunende af door gedichten van Celan te lezen. Misschien ook is het geen goed idee om van het dreunende proberen af te raken. Het bijwijlen verdragen van deze onhoopsdreun in een mensenleven van nu is misschien een manier om het ondragelijke uit het verleden niet tot een te verwerken unit te maken. In Parijs zag ik deze zomer een monument ter nagedachtenis van de nazikampen: elk kamp was er een kleine driehoek met de naam van het kamp erin. De compacte voorstelling snokte de keel dicht. Dat was een acuut moment. Dit is eerder een dreun. Ik hoop dat poëzie kan bijdragen tot het niet-vergeten.

Ik doe hieronder nog een nagel-op-schoolbord krasgeluid bij de dreun, en noem alle gedachten samen: onhoop. Het gaat om een artikeltje uit De Standaard, dat ik hier maar eens in zijn geheel kopieer. Het gaat me in dit bericht niet zozeer om de hitlereske poging om de bijbel te herschrijven, maar om de rol van de theologen hierin als een klein voorbeeld van de hitlermachine van ontmenselijking, en van de tot onmacht of onwil gereduceerde menselijkheid van een toen toch nog invloedrijke kerk en van de rechtstaat tegen de wil van sommige mensen om anderen (op doordachte en gemechaniseerde manieren) te pijnigen en als insecten te vernietigen.

‘vrijdag 11 augustus 2006

Adolf Hitler liet een groep Duitse theologen in 1939 de Bijbel herschrijven zonder joodse referenties. Dat melden het Nederlandse Reformatorisch Dagblad en het Duitse boulevardblad Bild . De bijbel, Deutsche mit Gott. Ein deutsches Glaubensbuch , is onlangs in een Duitse kerk ontdekt. Hij werd in 1941 in Weimar uitgegeven en aan duizenden kerken toegestuurd.
De groep theologen richtte in 1939 een ,,Entjudungsinstitut” op. Dat moest ,,het christendom van het jodendom reinigen”. Het gaf een groot aantal boeken uit die het christelijke gedachtegoed vermengden met nazi-ideologie. In de Hitlerbijbel werden woorden die aan het jodendom herinneren, zoals ‘halleluja’ of ‘Jeruzalem’, stelselmatig geweerd. Van de Tien Geboden maakte Hitler Zwölf Gebote . Daarin komen het zesde (‘Gij zult niet doden’) en het achtste gebod (‘Gij zult niet stelen’) niet meer voor. Het zevende gebod is veranderd in ‘Hou het bloed rein en eer het huwelijk’. Het elfde gebod luidt ‘Eer de Führer, uw meester’. ‘

(bron: De Standaard)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.