Beleggen in woorden

Een interview met een woordspeculant

Dat de financiële crisis banken en andere beursspeculanten in verlegenheid bracht, hebben we de afgelopen maanden herhaaldelijk kunnen vaststellen. Recent blijkt nu dat in het kielzog van de crisis ook speculanten in woorden hun aandelen meer dan gehalveerd zagen. Wij staken ons licht op bij een woordspeculant, die liever anoniem wil blijven. Een exclusief interview.
– Ik wist niet dat dit bestond, woordspeculanten?
– Woordspeculanten maken deel uit van een eerder kleine gemeenschap, die, hoe zal ik het verwoorden, de schijnwerpers niet opzoekt.
– Hebt u net als beleggersadviseuren kantoren, of hoe moet ik me dat voorstellen?
– Ja hoor, maar wij opereren toch eerder in de marge. We kunnen het ons niet veroorloven om teveel op de voorgrond te treden, gezien nu eenmaal zo goed als iedereen over woorden beschikt en zich dus op ons terrein zou kunnen begeven.
– Welk terrein is dat?
– Moeilijk te verwoorden. Het gaat er in onze branche bijvoorbeeld om bepaalde gevoeligheden te omzeilen door er maatschappelijk hoger geplaatste woorden op te zetten. Om een voorbeeldje uit de dagelijkse sfeer te geven: geen enkele vrouw gaat graag door het leven als een ‘kuisvrouw’. Wij lanceerden daarom een heel aantal termen, gaande van poetsvrouw tot verantwoordelijke schoonmaak, hygiene manager enz. Het Vlaamse woord kuisvrouw heeft nagenoeg geen waarde meer.
– Wie doet er zoal beroep op uw diensten, of liever, wie speculeert er met woorden?
– Meer mensen dan u zou verwachten. Maar uiteraard vooral mensen die er baat bij hebben, of hopen er baat bij te krijgen. Ik blijf daar overigens liever vaag over: onze klanten zoeken net als wij de luwte op.
– U concentreert zich op de verpakking in woorden, zie ik het zo juist?
– Verpakking is een woord dat mensen in onze sector al lang niet meer gebruiken. Het woord zat van bij het begin fout en het werd dan ook nooit door ons gelanceerd. De laatste tijd hebben we het liever over enveloppewoorden, of woorden in portefeuille. Als de materie erg gevoelig ligt, wordt ook vaak voor een omschrijving gekozen. ‘Vertrouwen geven’ is een omschrijving die het afgelopen jaar een mooie koers gekend heeft. Door de beurscrisis dreigt deze omschrijving nu wel in diskrediet te raken bij een aantal van onze klanten, zodat een andere term of omschrijving zich opdringt.
– Heb u al zicht op de eventuele nieuwe termen, de nieuwe collectie, zeg maar?
– (lachje) Nee, en eerlijk gezegd: een interview in een krant of magazine is niet de beste plek om een nieuwe collectie te lanceren. Er onstaat zo al meteen een hype en dat kunnen we missen. Er dient voorzichtig, als het ware onderhuids, te werk gegaan te worden. Zoals ik al eerder aanhaalde, is onze sector mediaschuw. Door overgebruik, explicitering, of overexposure in de media hebben vooral in de laatste 10 jaren veel van onze hooggenoteerde woorden een duik genomen.
– Wat bedoelt u precies met explicitering en overexposure?
– Wel, door een toename van real life programma’s of interviews met mensen achter de schermen, zoals ook dit er weer eentje is (lach), worden alle truuken van het vak, of liever, alle truuken van alle vakken, zomaar te grabbel gegooid. Kledingwinkelketens die vroeger bij ons nog in alle vertrouwen in woorden als ‘maatje’ investeerden, maken het nu mee dat klanten hun verkoopspersoneel meewarig of agressief bekijken als het woord verhandeld wordt.
– Ik kan even niet volgen.
– Een vrouwelijke klant voelt zich beter als de verkoopster vraagt of ‘het maatje’ goed is, zelfs al gaat het over damesmaat 58 (lach). Zo’n matrone wil ook wel eens even de illusie dat ze een niemendalletje prêt-à-porter koopt in plaats van een tentzeil (brede lach). De media tonen teveel van deze woorden in werking, en her en der vind je de knepen van het vak ironisch becommentarieerd in columns en zo. Kwalijke zaak.
– Zijn er veel mensen tewerkgesteld in uw sector?
– Wij werken met een systeem dat de mensen zullen herkennen als het tupperwaresysteem, u weet wel die plastieken potjes die in huiskamers gedemonstreerd en verkocht worden? Onze woorden gaan zo van kleine kring tot kleine kring. Uiteraard werken we niet in kringen van huisvrouwen – thuiswerkende mannen en vrouwen, zou ik beter zeggen, want het woord huisvrouw is erg in waarde gedaald. We opereren in meer invloedrijke middens.
– Onze lezers zijn voornamelijk geïnteresseerd in literatuur, dus uiteraard ook in woorden. Is dat een invloedrijke kring in uw branche?
– Ah, de schrijversacademies, dat is wellicht een nieuwe groeipool. Een korte cursus awareness raising in woordbeleggingen kan wonderen doen voor beginnende schrijvers. Ik heb me onlangs laten vertellen dat uitgevers nu haast allemaal met commerciële adviseurs werken. In die zin kunnen de juiste woordbeleggingen een serieus rendement opleveren. Van schrijver naar commercieel adviseur, en dan mits de juist gekozen 4P positionering, naar een grote groep lezers.
– 4P positionering?
– Product, place, price and promotion. Sja, veel van de vaktermen komen tegenwoordig uit het Engels. De waarde van Engelse woorden wordt nu eenmaal hoger ingeschat. Je kunt daar tegen zijn, maar de marktwaarde kun je niet sturen met kanttekeningen. Het Engels heeft door zijn jarenlange ervaring in taaldominantie echt wel een voetje voor in onze branche. Ik kom net terug van een conferentie over medisch jargon. Het Nederlands kan daar nog wat van leren, zeker nu al die patiënten willen gaan doc-shoppen en nooit tevreden zijn. Het jargon dient zijn bastion te behouden, liefst met subtiele, maar niet mis te verstane bijsturingen van dat wat bijgestuurd dient te worden. In Engelse medische rapporten is er van oudsher geen twijfel te vinden over wie de kennis bezit en wie er om komt vragen. Je leest er dingen als ‘patient denies abdominal pain’. Denies, dat betekent ontkennen. Te weten: de dokter vond op basis van zijn kennis dat buikpijn in het klachtenprentje paste, maar de ondervraagde patiënt ontkent dat. Zo’n patiënt kun je dan beter met een korreltje zout nemen. Ik ben geheel voorstander van een terugkeer naar de normen en waarden van vroeger. Mensen moeten hun plaats kennen, zeg ik altijd, zo blijft de wereld draaien. Zeg dat ook aan uw lezers. Wat willen de woordgebruikers en –producenten in uw veld, uw schrijvers, uw dichters bereiken met hun woordgebruik? Laat ze een langetermijndoelstelling formuleren, een visie uitwerken, en een tijdsschema, en wij kunnen ermee aan de slag. Met een paar goeie beleggingen kom je al een heel eind. Zal ik u een kaartje meegeven? Best niet in uw magazine publiceren, want zo werken wij niet.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *